Publicaties & onderzoek

Wat betekent het wanneer we zeggen dat een kind onderwijs krijgt?

Aanwezig zijn op school is meetbaar. Maar aanwezigheid vertelt nog niet of een leerling het onderwijs krijgt dat nodig is om zich volwaardig te ontwikkelen.

Onze centrale vraag:
We weten hoeveel kinderen thuiszitten. Maar hoeveel kinderen zitten iedere dag in de klas en komen tóch niet tot leren?

Steeds meer leerlingen raken buiten het reguliere onderwijs.

De officiële cijfers maken een ernstig probleem zichtbaar. Maar de omvang hangt sterk af van de definitie die we gebruiken.

16.351

absoluut verzuim in 2024–2025: niet ingeschreven en zonder vrijstelling.

4.804

langdurig relatief verzuim: ingeschreven, maar langer dan vier weken afwezig.

39.109

bredere schatting van Balans voor 2022–2023, inclusief andere groepen buiten de gebruikelijke thuiszittersdefinitie.

69.354

schatting van Balans wanneer ook voortijdig schoolverlaters worden meegerekend.

OCW telt verschillende vormen van verzuim afzonderlijk. Dat levert een belangrijk, maar administratief afgebakend beeld op. Balans stelt dat het probleem groter wordt wanneer ook vrijstellingen en langdurig geoorloofd verzuim worden meegenomen.

Een interessante parallel komt uit de ETHOS-systematiek rond dak- en thuisloosheid. Daar bleek alleen tellen wie letterlijk op straat slaapt te beperkt. De vraag werd daarom breder: heeft iemand volwaardige huisvesting?

Bravoure-denkkader

Niet alleen: zit het kind thuis?
Maar: ontvangt het kind volwaardig onderwijs?

“Thuiszitten is misschien vooral het zichtbare uiterste van een veel groter vraagstuk.”

Daarmee ontstaat voor ons een bredere categorie: de onderwijsachterblijver. Dat kan een thuiszitter zijn, maar ook een leerling die iedere dag in de klas zit en structureel niet krijgt wat nodig is om zich voldoende te ontwikkelen.

Belangrijk: ‘onderwijsachterblijver’ is een eigen denkkader van Stichting Bravoure. Het is geen term of conclusie van OCW, CBS of ETHOS.

Ook ín de klas blijven leerlingen achter.

PISA laat zien dat deelnemen aan regulier onderwijs niet automatisch betekent dat jongeren voldoende basisvaardigheden ontwikkelen.

1 op 3

Nederlandse 15-jarigen is volgens PISA 2022 onvoldoende geletterd in leesvaardigheid.

1 op 4

haalt ongeveer het basisniveau niet voor wiskunde.

≈ 8

in een klas van 25 wanneer 1-op-3 puur rekenkundig wordt vertaald.

15 jaar

PISA gaat over 15-jarigen; het is géén meting per basisschoolklas.

Het opvallendste resultaat betreft leesvaardigheid. Ongeveer één op de drie Nederlandse 15-jarigen haalt het basisniveau niet. In 2018 was dit ongeveer één op de vier.

“Aanwezig zijn op school is niet hetzelfde als voldoende tot ontwikkeling komen.”

Rekenkundig komt één op drie neer op ongeveer acht leerlingen in een denkbeeldige klas van 25. Dat maakt de omvang invoelbaar, maar mag niet worden gelezen als bewijs dat in iedere klas acht kinderen onvoldoende onderwijs krijgen.

Nuance: PISA meet prestaties en vaardigheden van 15-jarigen. Het onderzoek meet niet de individuele onderwijskwaliteit en bewijst niet hoeveel ‘onderwijsachterblijvers’ er in een gemiddelde klas zitten.

Moeten we verschillen oplossen — of beter organiseren?

Onderzoek naar differentiatie, inclusie en leeftijdsgemengde groepen wijst niet naar één ideale groepsvorm. Het wijst vooral op het belang van professionele flexibiliteit.

Heterogene groepen kunnen leerlingen kansen geven om van elkaar te leren. Minder sterk presterende leerlingen kunnen profiteren van voorbeelden, uitleg en taal van anderen. Sterkere leerlingen ontwikkelen door uitleggen en samenwerken weer andere cognitieve en sociale vaardigheden.

Homogene groepen kunnen tegelijkertijd nuttig zijn wanneer een leerkracht tijdelijk heel gericht instructie wil geven op een bepaald niveau. De onderzoeksbasis wijst daarom vooral richting bewust en flexibel groeperen.

Onderzoek naar inclusief onderwijs laat bovendien zien dat leerlingen met speciale ondersteuningsbehoeften in inclusieve settings vaak vergelijkbaar of beter presteren dan leerlingen in gesegregeerde settings. Voor klasgenoten zonder extra ondersteuningsbehoeften zijn effecten vaak positief of neutraal. Dat vraagt wel om goede ondersteuning en professionele organisatie.

Bravoure-denkkader

Lotgenoten in plaats van alleen leeftijdgenoten. Een lotgenoot hoeft niet even oud te zijn, maar kan dezelfde instructiebehoefte, interesse, ontwikkelfase, uitdaging of ondersteuningsbehoefte hebben.

“Misschien zijn onze leerlingen niet te verschillend voor het onderwijs. Misschien organiseren we het onderwijs nog te veel alsof ze hetzelfde zijn.”

Er is geld. Maar wie bepaalt wat ermee gebeurt?

De vraag is niet alleen hoeveel geld het onderwijs ontvangt, maar ook hoeveel zeggenschap over die middelen terechtkomt waar het onderwijs daadwerkelijk plaatsvindt.

± €14 mld

jaarlijkse bekostiging voor het primair onderwijs volgens Rijksoverheid.

60¢

van iedere OCW-euro kwam in één onderzochte situatie uit 2017 op schoolniveau terecht.

70¢

op schoolniveau wanneer andere inkomstenbronnen in die casus werden meegerekend.

2023

vanaf dit jaar geldt een vereenvoudigd bekostigingsmodel in het primair onderwijs.

Het onderzoek Geldstromen door de School volgde de route van middelen vanaf OCW tot in een concrete basisschool. De onderzoekers concludeerden dat in hun casus ongeveer 60 cent van iedere OCW-euro daadwerkelijk op schoolniveau terechtkwam.

De rest ‘verdween’ niet. Geld ging ook naar bestuur, ondersteuning, samenwerkingsverbanden, directie, toezicht en andere delen van het stelsel. De onderzoekers wezen wel op de complexiteit van de geldstromen en de beperkte invloed van professionals en ouders op de uiteindelijke besteding.

“Niet alleen vragen hoeveel geld er is, maar hoeveel beslissingsruimte terechtkomt bij de leerling, de klas en de professional.”
Nuance: het onderzoek Geldstromen door de School verscheen in 2018 en gebruikte hoofdzakelijk cijfers uit 2017. Sindsdien is de bekostiging veranderd. De 60/70-centcijfers zijn daarom een historische casus, geen actuele landelijke verdeelsleutel.
De rode draad

Onderwijs weer organiseren rondom leerling, klas en professional

De bronnen leveren geen bewijs voor één kant-en-klare oplossing. Samen maken ze wel zichtbaar waarom Stichting Bravoure een andere vraag wil stellen.

1

Buiten beeld

Niet ieder kind bereikt of behoudt het reguliere onderwijs.

2

Binnen, maar achter

Ook aanwezigheid garandeert geen voldoende ontwikkeling van basisvaardigheden.

3

Verschillen benutten

Professionals hebben ruimte nodig om leerlingen anders te groeperen en begeleiden.

4

Zeggenschap dichtbij

Middelen en beslissingen moeten aantoonbaar waarde toevoegen voor leerling en klas.

Van onderzoek naar praktijk

Bravoure wil niet alleen beschrijven waar het systeem knelt, maar samen met scholen onderzoeken wat er gebeurt wanneer we ruimte, expertise en zeggenschap dichter bij de leerling organiseren.

info@stichtingbravoure.nl ↗